
In een verpleeghuis is alles toch net effe heel erg anders dan in een verzorgingshuis. Blij met mijn oproepcontract ga ik weer met goede moed de zorg in. Inmiddels veel meer ervaren en pak ik dus in een ander huis de zaken sneller op. Behalve dan het tempo. Dat is weer wennen. In dit huis geen kilometers lange gangen waar ik doorheen hoef te racen, maar wel veel heen en weer geloop tussen de huiskamers. Op de gang zijn 2 huiskamers tegenover elkaar. En op welke afdeling ik ook kom, ze zijn allemaal sfeervol en praktisch. Nu kom ik natuurlijk ook nog eens in de kerstperiode, dus alles is extra gezellig gemaakt.
Ik ben er nog niet uit of ik de verpleegafdelingen leuker vind dan de begeleiding/verzorging. Dat laatste ben ik natuurlijk gewend. Deze mensen kletsen nog terug en daar kan ik wel wat mee. Tachtig procent is wel in voor een gebbetje en dat komt goed uit, want ik ben daar voor 100% voor in.
Gisteren begon ik op een verpleegafdeling in de ochtenddienst. Dat had ik nog niet eerder gedaan op deze afdeling, dus had ik wat instructies nodig. Ik kreeg een lijst met namen mee van de mensen die pap op bed krijgen.
Het geven van eten vind ik dan wel leuk, maar 15 mensen????? Op bed ! Ik geloof niet dat het mijn ding is. De ene eet natuurlijk makkelijker dan de ander, maar globaal genomen vind ik het een wurging. Voor mezelf vooral geloof ik.
Ik heb er misschien niet het geduld voor. De tijd zal het leren.
Gisteren begon ik bij mevrouw Jansen en zij eet langzaam maar gestaag. Ze heeft een zijdezacht velletje en had op de vroege ochtend al de lach in haar ogen.
Zoals jullie weten heb ik een klein gehoorprobleem. Ik heb sinds kort 2 dolby-surround apparaten in mijn oren zitten, maar dan nog kan ik niet altijd horen waar het geluid vandaan komt. Ik wil dan nog wel eens naar links kijken, terwijl het geluid van rechts komt. Of een geluid niet herkennen, omdat ik niet meer weet hoe iets klonk. Ik heb in ieder geval weer geluid door deze vernuftige apparaten.

Terwijl ik mevrouw Jansen te eten geef hoor ik een engelachtig gezang dan wel geluid. Ik begon al te denken dat ik per ongeluk contact maakte met de andere dimensie waar de engelen zich in begeven, maar dat voelt toch echt anders dan wat ik aan het bed voelde bij mevrouw Jansen. Ik was toch behoorlijk op aarde. Ik keek naar haar kamergenoot of zij het geluid maakte, maar zij lag te slapen.
Ik heb het zo gelaten en ben lekker in het gezang gaan zitten.
De kamergenoot van mevrouw Jansen was de volgende op mijn lijstje om eten te geven. Tot mijn grote verbazing was zij dus wel degene met het engelengeluid. Lag gewoon lekker weg te mijmeren in haar eigen wereld en gaf het geluid van die wereld aan ons terug.
Heb je wel eens een zingende demente bejaarde pap gegeven die in een andere wereld is? Op z’n minst een uitdaging. Ik moest goed opletten op de tonen die ze inzette en bij de uitademing meteen de lepel in haar mond, want bij de inademing krijg je wat verslikneigingen.
Het leek wel uren te duren voordat ze het bordje pap naar binnen had en ik had er nog tig te gaan. Als ze allemaal zo waren, dan was ik alleen al met het ontbijt de hele ochtend kwijt.
De volgende 2 bewoners werkten keurig mee op mijn ritme van de lepel aan hun mond en dus kreeg ik er een beetje de vaart in.
Die vaart werd er ineens uitgehaald door mijn leidinggevende.
Heerlijk trouwens dat die in dit tehuis niet op de afdeling een kantoortje hebben, zoals in dat andere huis. Ga lekker je ding doen, maar niet op de afdeling. Jajaja het heeft ook z’n voordelen als het gaat om betrokkenheid, maar ik ken die betrokkenheid nu zo langzamerhand wel.
Op een andere afdeling, laten we de afdeling ‘Bellevue’ noemen, viel het personeel met bosjes om en hij vroeg of ik daar kon invallen. Tot nu toe m’n lievelingsafdeling als het om de bewoners gaat…..een begeleidingsafdeling.

Vorige week had ik daar ook gewerkt. De bewoners vond ik werkelijk geweldig, maar dan het personeel !!!!! Mijn collega’s dus. Nou doe mij maar geen collega’s dan, want ik ben totaal genegeerd en als ik niet genegeerd werd, dan werd ik grondig afgeblaft, want normaal praten zat er niet in.
Nu ben ik gelukkig niet op m’n mondje gevallen en heb daar uiteindelijk, nadat ik zelf zo ongeveer de stoom uit m’n oren voelde komen, wat van gezegd. De rest van de ochtend stond ik gelukkig weer in de negeerstand bij de dames en dat beviel uitstekend, want mijn dolby-surround apparaten hadden al genoeg geluid opgepikt en waren ernstig toe aan een rustpauze. Zo ook mijn oren trouwens.
Maar gisteren mocht ik daar dus weer naar toe. Nou ja zeg wat een verandering. Twee superenthousiaste collega’s met blije dan wel verhitte hoofden van de drukte, heette me gelijk welkom. HUH !!!! Da’s effe een ander ontvangst.
Ik stortte mij op het ontbijt die ik aan tafel serveer. Joepieeeeeee.
Slaapdronken komen de meesten nog binnen en sommige zelfs nog in pyjama. Dat laatste is dan niet de bedoeling en worden resoluut teruggestuurd naar hun kamer. Ik vind het persoonlijk wel iets knussigs hebben, maar snap natuurlijk ook wel dat er ergens een grens getrokken moet worden. Ik krijg op deze afdeling altijd een beetje het herberggevoel, waarvan ik de waardin ben. Wat zou ik geweest zijn in een vorig leven???
Het is altijd even hollen en vliegen tussen de huiskamers en de keuken, want de afwas gaat ook gewoon door. De tijd vliegt onder m’n handen weg en ik geniet.
Er zit een man, meneer Slager, op deze afdeling waarvan ik me afvraag en dat ga ik heus nog vragen als ik tijd heb, wat hij gedaan heeft als beroep. Weet ‘ie misschien niet meer, maar ik schat ‘m hoog in. Iets van een topverkoper of zoiets. Hij is altijd piekfijn gekleed en een enorme charmeur. Ziet er ook goed uit voor z’n leeftijd, maar ja…..wat heb je aan looks als je de weg kwijt bent.
Hij maakt me altijd blij en andersom ook begrijp ik. Hem kwam ik dus vorige week in z’n pyjama tegen aan de ontbijttafel. Of ik strakjes wilde helpen met z’n stropdas knopen, vroeg hij, want ze hadden ’s avonds kerstdiner. Eh…. stropdas knopen…. ‘Misschien eerst zelf proberen lieve meneer’, zei ik.. Dat is ‘m ook uitstekend gelukt. Hij zal vast een lieve vrouw hebben of hebben gehad die dat liefdevol voor hem deed.
Gisteren dus was ik er weer. En meneer Slager is de eerste die ik tegen het lijf liep. Hij heeft me die ochtend bevrijd van het balkon, want de deur sloeg achter me dicht en ik had niet in de gaten dat de deur dan ook op slot ging. Zo blij met deze man, maar vooral deze afdeling. Op een verpleegafdeling had ik nu nog op het balkon gezeten.
Tijdens de lunch hielp ik mevrouw Kamp met eten. Haar handen zijn ingepakt in mooi gemaakte wantjes, want ik denk dat ze eczeem heeft. Ze zit in een joekel van een rolstoel die er erg comfortabel uitziet. Zij is de enige op de afdeling die hulp nodig heeft met eten.
Ze heeft een plaktong, dus dat is soms lastig met eten en drinken. En ik ben soms zo’n koei hè. Ik pak haar altijd goed in de handdoeken en servetten, want ik krijg het niet zonder knoeien voor elkaar. En als ik haar dan de schuld geef van mijn geknoei, ligt ze helemaal in een deuk en haar tafelgenootjes ook.

Gisteren, nadat ik haar weer op subtiele wijze had gewezen op haar onhandige eten en dat het écht niet aan mij lag, zei ze: ‘Je bent lief’. Heerlijk toch hè dat ze je humor gewoon begrijpen en dat je dit dan als antwoord krijgt.
Ik had er zin in en bedacht dat na de lunch discodansen wel een goede manier zou zijn om de lunch te laten zakken. Dus ik vraag aan de mensen, die allemaal nog gewoon aan het eten waren, wie er mee wilde doen met discodansen.
Nou moe, daar kwam me toch een gesputter uit die mensen. Mevrouw Kamp, waar ik nog steeds naast zat, schaterlachte.
Ik snap er niks van !
